Waarom vinden baby's deze 8 speeltjes zo boeiend?

Je hebt net een baby gekregen. Lieve vrienden en familieleden komen op kraambezoek en brengen kadootjes mee; leuke speeltjes, knuffels en schattige boxpakjes. In het begin heeft je baby de speeltjes nog niet nodig. Hij is nog aan het aankomen en het wennen aan zijn omgeving, aan de geuren en geluiden, aan darmprikkels en kleertjes aan zijn lijfje. Maar na een poosje slaapt hij minder dan in het begin, kijkt hij steeds alerter om zich heen en leg je hem op een plek waar hij kan spelen.

Maar wat zijn geschikte eerste speelmaterialen? Hoe biedt je ze aan? Welke veel voorkomende speelmaterialen zijn minder geschikt en waarom? In dit artikel deel ik de ideeën die dr. Emmi Pikler heeft ontwikkelt door het spel en onderzoek van zuigelingen te observeren.

Wat definieert spel? Het is een heel ruim begrip waar allerlei soorten activiteit onder vallen. Magda Gerber zei: "Play is what babies do when they are not involved in a caregiving activity or sleeping." Spel is dus elke vorm van zelf gekozen activiteit wanneer een baby niet slaapt of verzorgd wordt. Zoals het nemen van rust, door tussen actieve handelingen door in de verte te staren of het observeren van de omgeving. Fijne motorische handelingen maar ook grof motorische ontdekkingen, zoals omrollen behoren tot het spel van een jonge baby.

Wat interesseert de baby?

Als eerste zal je baby zich bezig houden met het handenspel. In het begin ervaart je baby zijn hand nog niet als onderdeel van hemzelf. Hij zwaait en wappert met zijn handjes, er vliegt iets in zijn blikveld maar het verdwijnt even snel als dat het gekomen is. Maar geleidelijk aan komt er een moment dat hij zijn hand kan volgen en blijft hij oefenen om zijn hand vast te houden met zijn blik. In het begin is zijn hand gebald tot een vuist en later zal hij zijn hand openen en sluiten. Door het steeds te herhalen, te zien en te voelen wat er gebeurd worden belangrijke verbanden in de hersenen gelegd en versterkt.

Hij bekijkt zijn handje (3 mnd oud).

Wanneer je baby voorwerpen kan gaan oppakken, betast en bevoelt ze de objecten met haar handen en mond. Ze maakt kennis met hoe dit materiaal aanvoelt, de textuur, het gewicht, de rondingen of de rechte randen van het voorwerp. Ze leert dat metaal koud aanvoelt en hout niet, dat stof zacht is en rubber steviger en stroef. Zo vormt ze een beeld van de materialen en de wereld om haar heen.

Als ze met het speeltje schudt maken sommige voorwerpen geluid. Ze schudt, stopt, luistert naar de stilte, kijkt naar de rammelaar en gaat weer schudden. Je baby ontdekt de samenhang tussen haar handelen en het geluid dat daardoor soms te horen is. Wanneer je baby twee verschillende voorwerpen in beide handen vast kan houden zal ze bezig gaan met het ontdekken van de verschillen en overeenkomsten tussen de voorwerpen.

Omdat baby's door dit onderzoek kennis opdoen van de materiële wereld om hun heen, is het belangrijk dat het speelmateriaal dat je kiest simpel is. Bijvoorbeeld een houten ring, een doek en een muffincup. Om de experimenten van je baby goed te kunnen faciliteren geef je liever geen complex speelgoed waarin veel kleuren, geluiden en texturen in één speeltje zijn verwerkt. Deze zijn verwarrend. Hiermee kan je baby minder makkelijk de eigenschappen van materialen ontdekken. Kies voor voorwerpen die niet actief 'iets doen' voor je baby. D.w.z. voorwerpen die geen geluid maken of licht geven als je een knop indrukt. Alle activiteit die plaatsvindt, wordt geïnitieerd door je baby zelf. Hij kan dan ook voor zijn eigen rust momenten kiezen wanneer het hem te veel is geworden.

Speelmaterialen van hout, pitriet, rubber en stof.

Als je speelmaterialen aanbiedt met verschillende eigenschappen, zoals iets van hout, stof, plastic en metaal kunnen er verschillende indrukken worden opgedaan. De voorwerpen voelen en klinken anders wanneer ze tegen elkaar of tegen de grond worden geklopt. Elk speeltje vraagt een andere manier waarop je baby zijn handen houdt als hij het wilt oppakken. Hij wordt steeds handiger in het manipuleren van zijn handen en de voorwerpen. Door het object steeds van een andere kant te bekijken, dan weer van dichtbij en dan weer van veraf, leert hij dat het nog steeds om hetzelfde voorwerp gaat ook al ziet het er anders uit.

Wat is geschikt als eerste speelmateriaal?

  • Een katoenen doek van ongeveer 35 x 35cm.
    De doek moet wat stevigheid hebben, zoals een boerenzakdoek of een servet. Pak de doek in het midden vast met één hand en vorm een rondje tussen duim en wijsvinger met de ander hand. Trek daar de doek doorheen, zodat die in een punt blijft staan.
    Een doek is heel geschikt als eerste speelobject. Eerst zal het handje van je baby per ongeluk de doek meepikken terwijl hij zwaait met zijn arm. Daarna gaat hij de doek steeds bewuster vastpakken. De doek is zacht en vervormbaar. Als het valt zal het je baby niet bezeren.

De volgende materialen zijn geschikt als je baby meer controle krijgt over zijn handen en kan grijpen. Het fijnste zijn voorwerpen die je baby zonder moeite in één hand kan vasthouden en die wat hoger zijn zodat hij ze makkelijk ziet liggen naast hem.

Wanneer je kindje zijn hoofd goed naar beide zijkanten kan draaien, kan je plattere voorwerpen neerleggen. Deze zijn wat moeilijker op te pakken. Ook kan je steeds zwaarder speelgoed neerleggen, maar niet zo zwaar dat als je baby het boven zijn gezicht houdt en per ongeluk zou laten vallen, hij zichzelf zou bezeren.

Je kan rammelaars neerleggen wanneer je baby geen grijpreflex meer heeft. Hij moet de rammelaar los kunnen laten zodat hij zichzelf niet frustreert met een constant geluid en in een verhoogde staat van opwinding raakt. Een ander punt om op te letten bij rammelaars is dat het deel dat geluid maakt zichtbaar is. Het geluid moet zowel te horen als te zien zijn. Oorzaak en gevolg van de handelingen van je baby worden hem niet duidelijk bij onzichtbaar verwerkte belletjes of knisperpapier in speeltjes.

Een skwish is goed zichtbaar vanaf de grond, is licht in gewicht en maakt een zacht geluid.

Speeltjes aanbieden

Wat is een goed moment om speelmateriaal aan te bieden? Laat eerst je kindje zijn handen ontdekken en daar regelmatig naar kijken. Het handenspel is een belangrijke voorbereiding op het spelen met objecten en voor het aanleggen van de paden tussen de synapsen. Hij zal ongeveer 2 of 3 maanden oud zijn, wanneer je het handenspel veel waarneemt.

Als eerste speeltje kan je een doek in een punt naast hem leggen. Als de baby nog op zijn rug ligt, kan hij alleen speelgoed pakken dat binnen bereik ligt. Het moet zo dichtbij liggen dat hij erbij kan maar ook weer niet zo dichtbij dat zijn bewegende armen er tegen aan stoten terwijl hij het niet wil pakken.

Eerst kan je alleen de doek neerzetten en na een poosje, wanneer je merkt dat hij er aan toe is, kan je twee andere speeltjes erbij leggen. Eén aan elke zijde en eentje een beetje hoger, schuin boven het hoofd. Je baby wordt steeds beweeglijker en kan zijn hoofdje draaien en achter in zijn nek leggen. Zijn armen kunnen rijken naar de speeltjes om hem heen. Speelgoed dat per ongeluk weg geschoven wordt, leg je af en toe weer terug in het bereik. Je baby kan zelf de materialen pakken waar hij mee wilt spelen. Zo kan hij zijn eigen initiatief en interesse volgen.

Drie speeltjes rondom de baby.

Weer wat later kan je vijf speeltjes rondom je baby leggen. Wanneer je baby mobieler wordt en begint te tijgeren is het niet meer nodig de speeltjes rondom hem te leggen. Dan kan je het aan de rand van de speelruimte zetten, in een mandje aanbieden of op een kistje plaatsen.

Wat is minder of niet geschikt?

  • mobiel
  • babygym

Baby's willen de voorwerpen om hen heen aanraken, manipuleren, naar de mond brengen en betasten. Er is geen behoefte bij de baby om alleen maar te kijken naar voorwerpen, zoals naar een mobiel. Het is zelfs zo dat jonge baby's moeilijk weg kunnen kijken van bewegende voorwerpen. Het feit dat je kindje naar een mobiel kijkt hoeft dus niet te betekenen dat ze het als prettig ervaren. Het kijken naar een mobiel wekt spanning op, die zou worden opgelost wanneer je baby actief met het voorwerp bezig kan zijn en de eigenschappen kan onderzoeken.

Een babygym is om dezelfde reden minder geschikt. De voorwerpen die er aan hangen kunnen niet goed onderzocht worden omdat ze vast zitten. Ze hangen ook vlak boven het gezichtsveld van je baby die moeilijker weg kan kijken dan wanneer het voorwerp naast haar is neergelegd. Ook zorgt speelgoed dat in het blikveld hangt ervoor dat je kindje wordt afgeleid en niet meer of veel minder met haar hand bezig is. Zo wordt een belangrijke fase overgeslagen.

Wat is nog meer belangrijk?

Het zijn niet alleen de speelmaterialen zelf en de speelruimte, maar ook je eigen houding en gedrag die de voorwaarden vormen voor vrij spel.

  • Zelf geïnitieerd
    Je baby kan zijn eigen interesse volgen en onderzoek uitvoeren. Als ouder kan je nieuwsgierig toekijken wat je kindje aan het ontdekken is. Als je voor doet hoe je met een bepaald speeltje kan spelen dan ontneem je je baby het plezier van het zelf ontdekken en loop je ook de kans dat je kindje op termijn afwachtend en onzeker wordt in zijn spel en zijn ontdekkingsdrang verminderd.
  • Zelf speelmateriaal pakken
    Geef geen speeltjes in de handen van je baby. Als je baby zelf de speelmaterialen kan pakken heeft hij eigen keuze en kan hij zijn eigen nieuwsgierigheid volgen. Hij ontwikkelt daarmee zijn autonomie en zelfstandigheid. Bovendien bevorderd het zijn mobiliteit als een speeltje net buiten bereik ligt en hij er moeite voor moet doen om het te pakken.
  • Ononderbroken
    Geef je baby zo veel mogelijk de tijd om zelf te spelen zonder hem te onderbreken. Deze activiteit is het belangrijke werk van je baby. Als hij hiervoor de gelegenheid krijgt wordt de tijdspanne dat hij zelf bezig is steeds groter. Je kan naar hem lachen of tegen hem praten wanneer hij naar je kijkt. Dat is voor hem een natuurlijk moment waarop hij rust neemt van zijn geconcentreerde werk. Ook als je hem moet verzorgen, zijn neus afvegen of zijn luier verschonen, kan je hem benaderen maar nog niks zeggen. Als hij stopt met spelen en je aankijkt kan je hem vertellen wat je van plan bent te gaan doen.  

Verder lezen:

Door Esmé Valk